Fotogalerij

Kaart

Landesdenkmal Klause

Landesdenkmal Klause
König-Johann-Straße
54441 Kastel-Staadt

Tel. 0049 6581 995980


email
Internet

Beschrijving

Hoog boven het dal van de Beneden-Saar, op de punt van een uitspringende zandsteenrots, ligt de hermitage Klause van Kastel-Staadt met fascinerende uitzichten naar binnen en buiten. Tijdens de kruistochten werden in het zachte bontzandsteen grotten, kamers en nissen uitgehouwen, die de legende van de Kruisvinding symboliseerden. In een grotkamer beitelde men een “Heilig Graf”, daarnaast woon- en slaapvertrekken, die moesten herinneren aan de heilige plekken op de berg Golgotha in Jeruzalem. In de Middeleeuwen leefden hier vrome kluizenaars. De bouw van de Klausenkapel is ongeveer rond 1600 begonnen. Op oudere fundamenten maakte een franciscaner pater een gebouw met twee verdiepingen, waarin zich op de begane grond een kerkruimte en daarboven de woning van de heremieten bevond. Tot de Franse Revolutie woonden en baden hier kluizenaars, daarna raakte het gebouw in verval tot de Pruisische koning Frederik Willem de sinds lange tijd verlaten ruïne van de Klause liet uitbouwen tot een grafkapel voor de Boheemse koning Johann van Luxemburg. In 1833 kreeg Frederik Willem bij een bezoek aan het Rijnland de stoffelijke resten van Jan de Blinde, koning van Bohemen, waarvan het levensverhaal hem boeide. Ondanks zijn blindheid was Jan de Blinde als bondgenoot van Frankrijk opgetrokken tegen de Engelse troepen in de slag van Crécy, waarin hij in augustus 1346 sneuvelde. De overwinnaar, Eduard III van Engeland liet de gesneuvelde blinde koning met alle eer bijzetten in de benedictijner-abdij van de stad Luxemburg. Door afbraak van zijn grafkerk kwamen zijn stoffelijke resten uiteindelijk in handen van de Pruisen. Frederik Willem, die de blinde koning vereerde om zijn dapperheid, liet de Klause als rustplaats inrichten. Frederik Willem gaf de architect Karl Friedrich Schinkel, het hoofd van het hoogste bouwambt, de opdracht om de Klause op te bouwen. Schinkel ontwierp de opbouw in de sfeer van Zuid-Europese romantiek met ronde boogramen, zuilenarcades en een aan Italiaanse voorbeelden herinnerende klokgevel. Het interieur van de benedenverdieping bleef echter onveranderd. De beenderen van de Boheemse koning rustten in de Klause van 1838 tot ze in 1946 naar de kathedraal in Luxemburg overgebracht werden.